Realisatiestimulans
Met de realisatiestimulans ontvangen gemeenten per betaalbare woning (sociale huur, middenhuur of betaalbare koop) € 7.000 per woning. De gemeente ontvangt de realisatiestimulans in het jaar nadat de bouw is gestart. Start de bouw bijvoorbeeld in 2025, dan volgt uitkering in 2026. Het maakt niet uit of het gaat om nieuwbouw of om sloop/nieuwbouw, het gaat om het bruto aantal toegevoegde woningen. De regeling geldt voor zowel reguliere nieuwbouw als oplossingen zoals optoppen, transformaties en flexwoningen. Voor de realisatiestimulans is in totaal € 1,6 miljard beschikbaar.
Daarnaast reserveert de minister € 900 miljoen voor specifieke projecten. Denk aan woningbouw in kwetsbare gebieden, zorggeschikte en geclusterde woningen en het versterken van de ambtelijke capaciteit bij overheden (voornamelijk gemeenten).
Let op: Deze regeling geldt alleen voor woningen waarvoor gemeenten niet eerder een Rijksbijdrage ontvingen en gaat naar verwachting eind dit jaar in.
Woningbouwimpuls
Blijkt de realisatiestimulans onvoldoende te zijn, dan kan die worden aangevuld met de woningbouwimpuls. Hiervoor is € 500 miljoen beschikbaar. Gemeenten kunnen de middelen inzetten voor bijvoorbeeld maatregelen die zich richten op het verbeteren van de infrastructuur of het terugdringen van stikstofuitstoot. Om gebruik te kunnen maken van de Woningbouwimpuls moet er een aantoonbaar woningtekort zijn in de regio.
De bestaande regeling wordt aangepast en gaat in op 1 januari 2026.
Gebiedsbudget
Het gebiedsbudget is bedoeld voor gebieden die het Rijk heeft aangewezen voor grootschalige woningbouw. Gemeenten kunnen dit budget inzetten voor versnelde invoering van maatregelen die woningbouw in een bepaald gebied garanderen. Voorwaarde is dat op regionaal niveau twee derde van de woningen betaalbaar is en op projectniveau minimaal 50%. Ook hier gelden bepaalden voorwaarden, er moet bijvoorbeeld sprake zijn van herinrichting van de openbare ruimte. Om welke maatregelen het precies gaat, staat in de Kamerbrief.
Hoe kijkt Aedes naar deze regelingen?
Natuurlijk is het positief dat er extra geld voor woningbouw beschikbaar komt. Maar de vraag is in hoeverre gemeenten ook echt gebruik kunnen maken van deze regelingen. Immers, door de voorgenomen Wet huurbevriezing neemt de investeringscapaciteit van woningcorporaties sterk af wat grote gevolgen heeft voor de bouwplannen van corporaties.