Investeringsruimte
- De financiële positie van corporaties en private verhuurders moet verbeteren om meer te kunnen bouwen.
- De investeringscapaciteit van corporaties wordt vergroot via een regeling in de vennootschapsbelasting. Hiervoor wordt een bedrag beschikbaar gesteld van 250 mln. in 2028 naar 325 mln. structureel vanaf 2031.
- Op basis van een eerste voorzichtige inschatting leidt dit tot een daling van de Vpb-last van corporaties met ca. 20-25% vanaf 2031. De impact op de investeringscapaciteit is afhankelijk van de uitwerking van de maatregel maar kan oplopen tot ca. 10 mld. Daarmee geeft deze maatregel geen invulling aan het tekort op de NPA van 20 mld.
- De coalitie wil corporaties meer ruimte geven om te investeren in ontwikkelingen die de markt onvoldoende oppakt en verruimen van (zogenaamde) niet‑DAEB‑activiteiten kan hierbij helpen. Dit kan de weg openen voor verder gebruik van geborgde financiering voor middenhuur, maar hoe dit precies wordt ingevuld blijft nog onduidelijk.
- Procedures voor verkoop van woningen door corporaties worden vereenvoudigd voor meer financiële armslag.
Nieuwbouw
- De lijn uit de Wet regie wordt voortgezet, net als de afspraken uit de NPA en Woontop. Er komt meer aandacht voor betaalbare koopwoningen. Bij de nieuwe woondeals blijft 30% sociaal het uitgangspunt. Minimaal 25% betaalbare koop wordt toegevoegd aan de vereisten van 2/3 betaalbaar. Daarmee wordt de facto de ruimte voor middenhuur teruggeschroefd naar maximaal 11,7%.
- In wetgeving wordt vastgelegd waar, hoeveel en binnen welke termijnen woningen worden gerealiseerd. Daarbij worden 30 grootschalige nieuwbouwlocaties van nationaal belang aangewezen, verspreid over het land.
- Het stikstofprobleem wordt aangepakt door een combinatie van generieke reductie, gebiedsgerichte reductie en natuurherstel.
- Actief grondbeleid door gemeenten door (betere inzet van) voorkeursrecht, grondfaciliteit voor aankoop van grond en uitbreiding kostenverhaal.
- De huidige financiering van woningbouw van ca. 1 mld. per jaar wordt doorgetrokken tot en met 2035. Daarbij worden de huidige regelingen zoals de realisatiestimulans en woningbouwimpuls samengevoegd tot één regeling.
- Er wordt extra geld vrijgemaakt voor infrastructuur. Dit gaat om 1,1 mld. extra, waar ook onderhoud van wegen onder valt.
- Net als vorige kabinetten wordt ingezet op het verder wegnemen van belemmeringen:
- Schrappen in bezwaarprocedures: één beroepsgang en vaste uitspraaktermijnen.
- Landelijke regeling voor vooraf regelen nadeelcompensatie en planschade.
- Meer ambtelijke capaciteit voor vergunningverlening en parallel plannen.
- Jaarlijkse vereenvoudigingswet voor o.a. beter benutten bestaande voorraad: optoppen, splitsen, transformeren, woningdelen, hospitaverhuur, mantelzorgwoningen. Veel meer vergunningsvrij en inperking mogelijkheden gemeenten.
- Alle bovenwettelijke eisen aan bouw door gemeenten worden geschrapt en uniformering van natuurregels bij provincies.
- Ruimtelijk kwaliteitskader met gestandaardiseerde regels die welstandscommissie overbodig maakt.
- Sneller bouwen door innovatie: gelijktrekken regelgeving, fastlane en typegoedkeuring voor gestandaardiseerde bouw.
Huurbeleid
- Jaarlijkse huurverhoging: in tegenstelling tot eerdere kabinetten wordt in dit coalitieakkoord geen richting geven aan de jaarlijkse huurverhoging van de verschillende huurmarktsegmenten. Impliciet zou daarmee voortzetting van het huidige beleid kunnen worden verondersteld zoals dit is afgesproken in de NPA en zoals deze gelden voor het middenhuur en vrije segment.
- Inkomensafhankelijke huurverhoging: de coalitie wil, om doorstroming te bevorderen, een jaarlijkse inkomenstoets invoeren om te bepalen of de huurprijs nog passend is. Met corporaties zouden dan afspraken moeten worden gemaakt over het toepassen van passende huurgelden. Het is onduidelijk in hoeverre dit afwijkt van de huidige mogelijkheid om de Inkomensafhankelijke huurverhoging (IAH) toe te passen en de vrijheid die een corporatie heeft om dit toe te passen. Het lijkt erop dat dit niet wettelijk verplicht wordt maar dat de ruimte hiertoe beperkt zal worden.
- Invoering vermogenstoets: voor nieuwe instroom in de sociale huursector wordt ook een vermogenstoets ingevoerd.
- Wet betaalbare huur: de Wet betaalbare huur wordt gehandhaafd maar voorafgaand aan de evaluatie wordt bezien op welke punten de wet kan worden geoptimaliseerd om het aanbod van huurwoningen op peil te houden. Het is onduidelijk waar dit op toeziet.
Verduurzaming en bestaande voorraad
- Algemeen: de file op het elektriciteitsnet wordt teruggedrongen. Verder wordt met volle kracht gebouwd aan schone energie van eigen bodem het slim omgaan met onze grondstoffen. Hiervoor wordt vol ingezet op lange termijnbeleid en een slimme Europese aanpak om de klimaatdoelen voor 2040 en 2050 te halen.
- Netcongestie: de aanpak van de netcongestieproblemen krijgt veel prioriteit. Daarbij wordt ingezet op betere benutting van beschikbare netcapaciteit door o.a. prikkels in de nettarieven, flexcontracten en energiehubs. Naast lopende wetgevingsprogramma’s komt er een Crisiswet netcongestie.
- Warmtenetten: de coalitie blijft ‘vol’ inzetten op warmtenetten, ook om zo netcongestie te verminderen. Er moet zo snel mogelijk duidelijkheid komen voor mensen of zij een warmtenet of en andere verduurzamingsoptie krijgen. Om de uitrol van warmtenetten te versnellen en voor huishoudens betaalbaar te houden, is de overheid bereid om via een staatsdeelneming binnen de huidige financiële kaders private warmtebedrijven over te nemen en te participeren in nieuwe ontwikkelingen.
- Hybride warmtepompen: op plekken waar geen warmtenetten zijn voorzien, wordt de uitrol van hybride warmtepompen gestimuleerd en genormeerd per 2029.
- Energiearmoede en uitfasering energielabels: tot 2030 worden via de NPLV de wijken met de grootste energiearmoede aangepakt. Het noodfonds energie blijft beschikbaar. Verhuurders worden verplicht energielabels E, F en G voor huurwoningen per 2029 uit te faseren; labels C en D per 2040.
Voorrang statushouders sociale huur
- Voorlopig komt er geen verbod op voorrang voor statushouders bij sociale huur zolang er geen goed alternatief is om statushouders te huisvesten.
- Om tot een goed alternatief te komen wordt in het akkoord ingezet op: (1) minder instroom, (2) meer nieuwbouw en (3) alternatieve huisvesting tussen COA-locaties en een reguliere woning.
- Zodra deze alternatieve huisvesting er in voldoende mate is, is de coalitie voornemens om de mogelijkheid van voorrang voor statushouders in sociale huurwoningen wettelijk te verbieden.
- Er wordt ingezet op het sluiten van een bindend convenant met gemeenten om snel flexibele locaties te ontwikkelen voor tijdelijke woningen waar statushouders, Oekraïners en Nederlanders terechtkunnen, als alternatief voor het gebruik van sociale huurwoningen.
Leefbaarheid
- Voor het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid voor kwetsbare wijken wordt voor de periode 2029-2035 135 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld. Daarmee wordt structurele financiering geborgd.